Wat zijn de symptomen en de uitlokkende factoren?
De belangrijkste klachten bij astma zijn kortademigheid, meestal in aanvallen; piepende, zagende of brommende ademhaling; hoesten en soms ophoesten van taai slijm. De hoestklachten treden voornamelijk op doordat de luchtwegen verhoogd prikkelbaar zijn. Een piepende, zagende en brommende ademhaling ontstaat doordat de lucht door de vernauwde luchtwegen geperst moet worden, waarin dan ook meestal nog dik taai slijm aanwezig is. Kortademigheid wordt veroorzaakt doordat het lichaam meer dan normale spanning moet leveren om te kunnen ademhalen. Sommige mensen klagen ook over een beklemd gevoel op de borst. Daarnaast kunnen astmapatiknten last hebben van de bovenste luchtwegen (neus), ogen en huid. De klachten die hierbij behoren zijn niezen, een loopneus of verstopte neus, jeukende en tranende ogen en eczeem. De jeukklachten treden meestal op bij patiknten met een zogenoemde allergische constitutie, en kunnen gepaard gaan met huiduitslag of eczeem. Bij jeukklachten moet men er rekening mee houden dat deze ook het gevolg kunnen zijn van bijwerkingen van de gebruikte medicijnen.
Hoewel veel symptomen bij astma terug te brengen zijn tot vernauwing van de luchtwegen, ervaren astmapatiknten hun aandoening op verschillende wijzen. In verband hiermee spreekt men wel over een lichte, matige of ernstige vorm van astma.
Bij een lichte vorm van astma hebben mensen in de regel weinig klachten en zijn zij bijvoorbeeld alleen kortademig bij inspanning, mistig weer of andere specifieke omstandigheden. De groep mensen met een matige vorm van astma heeft relatief vaak klachten van kortademigheid, soms in aanvallen. In het geval van een ernstige vorm van astma, zijn de mensen voortdurend kortademig, en daarbovenop hebben zij last van aanvallen, die soms zo ernstig zijn dat acute medische hulp noodzakelijk is. Het is trouwens maar een klein aantal mensen dat astma in deze ernstige mate heeft. Bij het merendeel van de patiknten komt de aandoening in lichte dan wel matige vorm voor.
Veel gestelde vragen in verband met de optredende symptomen bij astma:
- Astma is een longaandoening; hoe komt het dan dat het gevoel wordt gewekt alsof de keel dichtgeknepen wordt?
De longen bevatten duizenden luchtwegen, die in omvang varikren, van de luchtpijp (trachea), die in de keel begint, tot de kleinste luchtwegen, de bronchiale, die uitmonden in de longblaasjes, de halvezolen. Astma heeft op al deze luchtwegen een zekere invloed. Bij de meeste mensen zijn de kleinere luchtwegen diep in de longen het meest vernauwd. Bij sommige mensen, zoals in het geval hierboven, zijn echter vooral de grotere luchtwegen, zelfs de luchtpijp, vernauwd. Dit is er de oorzaak van dat tijdens een aanval het gevoel wordt gewekt dat de keel wordt dichtgeknepen.
- Is het een zeldzaam verschijnsel wanneer tegelijkertijd met een astmatische hoest huiduitslag optreedt?
Het is echter nog niet duidelijk of er een verband bestaat tussen een astmatische hoest en huiduitslag. Er zijn verschillende verklaringen mogelijk, maar een van de meest voorkomende bijwerkingen bij iedere medicijnbehandeling is een huidreactie. Er wordt geschat dat ongeveer 3% van alle patiknten die medicijnen gebruiken, hierdoor huiduitslag krijgt. Van sommige luchtweginfecties (die vaak astma uitlokken) is eveneens bekend dat zij een tijdelijke huiduitslag kunnen veroorzaken. Dit geldt met name voor virale luchtweginfecties bij kinderen (vergelijkbaar met een normale verkoudheid).
Een andere mogelijkheid is dat de patiknt last heeft van atopisch eczeem. Dit is een huidontsteking die optreedt bij mensen met een erfelijke aanleg voor allergie. Het gaat vaak samen met andere allergische aandoeningen, met name astma en hooikoorts.
- Brengt braken bij kinderen een astma-aanval op gang?
Braken is een ongebruikelijk verschijnsel bij astma, maar een kleine groep mensen krijgt er last van bij een uit de hand gelopen astma-aanval. Dit kan volwassenen overkomen, maar bij kinderen komt het vaker voor. Het kan ook ontstaan ten gevolge van zwaar hoesten. Met andere woorden: braken brengt niet een astma-aanval op gang maar een astma-aanval kan tot braken leiden.
- Waarom heb je zo weinig energie als je veel last hebt van astma?
De belangrijkste reden is dat het gewoon erg veel energie kost om genoeg lucht te krijgen tijdens een astma-aanval. Een astmapatiknt moet zich op dat moment helemaal op z'n ademhaling concentreren en verdraaid hard werken om voldoende lucht in en vooral ook weer uit z'n longen te krijgen.
Ook moet je bedenken dat een astma-aanval betekent dat je lichaam over minder zuurstof kan beschikken. Zuurstof is nodig voor de vitale organen in het lichaam, zoals het hart, de hersenen en de nieren. Als het lichaam zuurstofgebrek krijgt, raken de vitale organen vermoeid en heb je weinig energie. Tenslotte is het zo dat een virusinfectie (bijvoorbeeld een verkoudheid) een veel voorkomende aanleiding voor astma is en een virus zelf zorgt er vaak voor dat mensen weinig energie hebben.
- Wat is de aanleiding van astma-symptomen?
Er zijn talloze factoren (prikkels) waarop astmapatiknten met een allergische reactie dan wel hyperreactief reageren. De verschillende prikkels worden hieronder uitvoerig besproken:
1. Allergenen
De belangrijkste allergenen die bij astma een rol spelen zijn de zogenoemde inhalatieallergenen. Dit zijn allergenen die via inademing de longen bereiken.
Drie voorbeelden van veelvoorkomende allergiekn waarbij sprake is van inhalatieallergenen, zijn allergie voor de huisstofmijt, pollen en bepaalde huisdieren.
Huisstofmijt:
De meest voorkomende allergie is die voor huisstofmijt. De huisstofmijt is een spinachtig diertje dat met het blote oog niet zichtbaar is. Het diertje voelt zich prettig in een warme, vochtige omgeving (bed, vloerbedekking, enz.) en voedt zich met menselijke huidschilfers. Het aantal huisstofmijten neemt in de zomermaanden (vanwege de warmte) en in de herfst (vanwege de vochtigheid) toe. In deze perioden verergeren dan ook de klachten van astmapatiknten die hiervoor allergisch zijn. Het huisstofmijtallergeen bevindt zich in de uitwerpselen, de keuteltjes, van de mijt. Door het opdwarrelen van de stof, dat zich in ieders huis bevindt, kunnen de mijtallergenen die in de lucht zweven, worden ingeademd en aanleiding geven tot een allergische reactie.
Pollen:
Allergie voor pollen komt na allergie voor huisstofmijt het meeste voor. De desbetreffende pollen of stuifmeelkorrels zijn afkomstig van zogenoemde windbestuivende planten. In Nederland is het stuifmeel van wilde grassen van de els, berk en bijvoet het sterkst allergeen. De grootte van de pollen is zodanig (15-35 micron) dat de pollen meestal neerslaan op het neusslijmvlies en niet op de slijmvlies van de luchtwegen. Toch hebben veel patiknten ook in zo'n periode klachten van astma. Dit wordt verklaard door het feit dat met de pollen ook plantendeeltjes ingeademd worden. In plaats van pollenallergie spreekt men ook wel van een allergische rhinitis, of hooikoorts. Bij hooikoorts zijn er in het begin klachten van jeuk, niezen en waterige vloeistof uit de neus. Deze fase wordt gevolgd door een verstopte neus en er ontstaat een ontstekingsreactie in de neus.
Huisdieren:
Een allergie voor huisdieren, zoals katten, honden, cavia's, enz., komt ook tamelijk vaak voor.
Daarbij is men allergisch voor bepaalde stoffen, allergenen, die zijn aangetoond in de huidschilfers, het speeksel en de urine van deze dieren. Vooral katten en kleine knaagdieren zorgen voor grote hoeveelheden allergeen in de lucht. Wanneer de patiknt dit inademt, reageert het systeem van de luchtwegen met de haren en huidschilfers.
Er treden verkrampingen van het spierweefsel rondom de luchtwegen op, er wordt meer slijm dan gebruikelijk afgescheiden en de wanden van de luchtwegen verdikken zich. De patiknt kan zo minder lucht in- en uitademen; hij wordt kortademig.
Naast bovengenoemde inhalatieallergenen kunnen ook voedselallergenen astma veroorzaken, zoals koemelk, kippeneiwit, noten, soja en vis. Daarbij ontstaan niet uitsluitend problemen in de longen. Op jonge leeftijd kunnen deze aanleiding geven tot huidproblemen: atopisch eczeem.
2. Rook, chemische prikkels, temperatuurverschillen
De lucht die we inademen om er in de longen zuurstof uit op te nemen, bevat soms bepaalde stoffen die prikkelend werken op het ademhalingssysteem. Ammoniak, sigarettenrook, bak- en braadluchtjes en sprays uit allerlei spuitbussen zijn voorbeelden van dergelijke prikkels. Vrijwel alle mensen merken deze prikkels op. Bij mensen die astma hebben kunnen deze prikkels echter tot aanvallen van benauwdheid leiden. De luchtwegen van mensen met astma zijn vaak meer gevoelig (hyperreactief) dan van mensen zonder astma. Met behulp van bepaalde medicijnen en bepaalde leefregels kunnen in veel gevallen astma-aanvallen ten gevolge van het inademen van deze stoffen worden voorkomen.
3. Het weer
Een omslag in het weer veroorzaakt bij veel mensen problemen, vooral als de lucht kouder of vochtiger wordt, bijvoorbeeld bij mist en regen. Op zulke momenten ben je veel gevoeliger voor ontstekingen aan je luchtwegen en aanvallen van benauwdheid.
Ook seizoenwisselingen kunnen de luchtwegen prikkelen. In de winter zorgen grote temperatuurverschillen tussen de lucht binnenshuis en buiten voor extra prikkeling. Vele astmapatiknten merken in de winter dat ze kortademig worden wanneer ze van een warme omgeving naar buiten stappen. Men ademt dan plotseling koude lucht in wat kan leiden tot een astma-aanval.
4. Roken
Voor mensen met klachten aan de luchtwegen zoals astma is roken nog ongezonder dan voor anderen. Zij hebben, net als iedereen, een grotere kans op longkanker of hart- en vaatziekten. Maar het roken verergert ook de ademhalingsklachten. Als de astmapatiknt blijft roken zal hij veel meer last hebben van benauwdheid, hoesten, piepen, enz.
5. Inspanning
Als een belangrijke uitlokkende factor voor een astma-aanval moet lichamelijke inspanning worden genoemd. Als je een aanval van kortademigheid voelt opkomen nadat je bijvoorbeeld hard hebt gerend om de bus te halen, dan weet je hoe lichamelijke inspanning tot een astma-aanval kan leiden. Het komt voor bij 75 % van de mensen die astma hebben. Dit 'inspanningsafhankelijk astma' is het gevolg van een verandering in temperatuur en vochtigheid van de ingeademde lucht. Hoe deze precies een aanval veroorzaakt is overigens niet bekend.
6. Infecties
Infecties en ontstekingen, in het gebied van de longen komen bij vele mensen relatief vaak voor. Infectie-veroorzakende factoren, zoals virussen en bacterikn, hebben in principe vrij gemakkelijk toegang tot de longen. Is er eenmaal een infectie ontstaan, dan kan dit op zijn beurt leiden tot een aanval van kortademigheid ofwel een astma-aanval bij daarvoor gevoelige mensen.
7. Medicijnen (aspirine)
Medicijnen kunnen bij sommige mensen astma uitlokken. Het belangrijkste voorbeeld hiervan is aspirine, omdat het zonder doktersvoorschrift verkrijgbaar is en door veel mensen wordt gebruikt. Bij een klein percentage volwassenen met astma kan aspirine ernstige astma-aanvallen teweegbrengen. Sommige medicijnen tegen gewichtsontstekingen en gewichtspijnen zijn chemisch verwant aan aspirine en kunnen het astma eveneens verergeren. Een andere groep medicijnen die men eveneens moet vermijden zijn de zogenaamde bhtablokkers, die veel worden gebruikt voor de behandeling van hoge bloeddruk en hartklachten.
8. Emoties en 'stress'
Bij patiknten met astma kunnen emoties en geestelijke inspanningen een astma-aanval uitlokken. Boosheid, woede, maar ook huilen of grote vreugde kunnen op de luchtwegen een verkrampend effect hebben.
Het is belangrijk zich te realiseren dat emoties en geestelijke inspanningen ook bij andere aandoeningen dan astma een rol spelen. Mensen die aan migraine lijden merken bijvoorbeeld ook dat de hoofdpijnverschijnselen verergeren wanneer ze emotionele spanningen hebben.
Is astma erfelijk?
Een interessant verhaal over het voorkomen van astma in de wereld:
In de zeventiende eeuw voer een zeilschip van Engeland naar het Verre Oosten. Ter hoogte van en klein eiland in de Atlantische Oceaan tussen Zuid-Amerika en Afrika, Tristan da Cunha, verging het schip. De bemanning en de passagiers kwamen terecht op het eiland en vestigden er zich. In de loop van de volgende jaren groeide de bevolking gestadig. Toevalligerwijs hadden zich in London enkele gezinnen ingescheept waarvan vele gezinsleden astma hadden. Binnen de groep werd met elkaar getrouwd, ongeveer 25% van het nageslacht heeft nu last van astma!
Dit voorbeeld maakt goed duidelijk dat er een erfelijke basis is voor astma.
Een erfelijke aandoening ontstaat door een afwijking in het erfelijke materiaal. Kinderen kunnen een dergelijke aandoening dus van hun ouders erven. Een dergelijke aandoening is ook altijd aangeboren, al hoeven zij echter niet altijd bij de geboorte merkbaar te zijn. De afwijking in het erfelijke materiaal is er natuurlijk wel, maar men krijgt er pas later last van. Dit is natuurlijk ook het geval bij astma.
Het menselijk lichaam bestaat uit een groot aantal organen, deze organen zijn opgebouwd uit verschillende weefsels, die weer bestaan uit miljarden cellen. Die cellen zorgen ervoor dat alles in een orgaan goed werkt. De eerste cellen in een embryo zijn in staat om tot allerlei verschillende celsoorten uit te groeien. Tijdens deze ontwikkeling krijgen de cellen hun specifieke functie, bijvoorbeeld hersencellen, huidcellen of spiercellen.
De erfelijke eigenschappen van ieder mens liggen vast in een bestanddeel van de chromosomen: desoxyribonucleonezuur (DNA). Elke cel bevat een volledige kopie van het erfelijkheidsmateriaal, in de vorm van chromosomen. Dit zijn heel lange ketens van DNA. Het grootste deel van de chromosomen is bij alle mensen hetzelfde. Hierdoor onderscheiden wij ons bijvoorbeeld van dieren. De betekenis van een groot deel van deze DNA-strengen is nog onbekend. Sommige stukken van het DNA zijn verschillend van persoon tot persoon. Dit verschil is van betekenis om mensen van elkaar te onderscheiden. Zo heeft ieder mens dus een uniek genetisch plan dat vastgelegd is in het DNA.
Het is allang bekend dat astma in bepaalde families meer voorkomt dan in andere families. Ditzelfde geldt voor allergie. Maar niet alle patiknten met astma hebben allergie en niet alle mensen met allergie hebben astma; sommige hebben alleen oog- en/of neusklachten. Dat er in bepaalde families relatief veel astmapatiknten zijn, wil niet zeggen dat astma dus erfelijk is. Omgevingsfactoren kunnen hierbij een rol spelen, zoals de aanwezigheid van veel allergenen, bijvoorbeeld kattenepitheel of huisstofmijt. Of er een allergie aanwezig is, kan heel goed aangetoond worden met allegrologisch onderzoek, zoals huidtesten, en bloedonderzoek (bepaling van Immunoglobuline E in het bloed). De omgevingsfactoren zijn daarom van belang omdat iemand aanleg kan hebben voor allergie, bijvoorbeeld voor kattenepitheel, maar wanneer zo iemand nooit met katten in aanraking komt, dan zal de allergie voor katten ook niet tot uiting komen. Behalve erfelijke aanleg spelen omgevingsfactoren dus ook een belangrijke rol bij het manifest worden van astma.
Omdat patiknten met de diagnose astma een zeer uitlopende groep zijn, wordt bij het genetisch onderzoek (erfelijkheidsonderzoek) gebruikgemaakt van fenotypen (waarneembare eigenschappen van een persoon) om uit te maken of astma erfelijk bepaald is. Uit recent erfelijkheidsonderzoek is gebleken dat allergie en hyperreactiviteit van de luchtwegen erfelijke componenten leveren voor het ziektebeeld astma. Niet een gen (stukje DNA dat de eenheid van erfelijkheid is) maar meerdere genen zijn verantwoordelijk voor allergie en hyperreactiviteit.
In het algemeen kan gesteld worden dat als beide ouders astma hebben, de kans dat hun kind het krijgt 70 tot 80 % is. Heeft een van de ouders astma, dan is de kans dat het kind het krijgt 40 tot 50%. Onderzoek op het gebied van erfelijkheid zal in de toekomst belangrijke bijdragen leveren om het ingewikkelde ziektebeeld te ontwarren en nieuwe wegen te openen voor therapie.
De meest gestelde vraag gesteld door astmapatiknten:
- Waarom heb ik astma?
Veel mensen vragen zich af waarom zij nu juist astma moeten krijgen, terwijl veel anderen het bijna verwachten omdat het zoveel in hun familie voorkomt. In Nederland heeft ongeveer 25% aanleg om astma te krijgen. Hoe we aan deze aanleg komen weten we niet precies. Wij weten dat sommige van onze uiterlijke kenmerken (zoals de kleur van onze ogen) en sommige zeldzame ziekten (zoals hemofilie) veroorzaakt kunnen worden door overerving van een enkel gen. Dit lijkt bij astma niet het geval te zijn. Aanleg voor astma is waarschijnlijk aangeboren op grond van een combinatie van vele verschillende genen.
Allereerst moet je dus de aanleg bezitten om astma te krijgen, en vervolgens moet een uitlokkende factor ervoor zorgen dat deze aanleg daadwerkelijk wordt omgezet in ziekteverschijnselen. Want astma kan zich echter op elk moment in het leven openbaren. Het kan echter optreden bij een te vroeg geboren baby of bij een tachtigjarige. Het lijkt erop dat bij kinderen bepaalde virusinfecties van het ademhalingsstelsel (bijvoorbeeld verkoudheden) veranderingen in de wand van de luchtwegen teweegbrengen en dat dit de astmasymptomen veroorzaakt. Dit kan zich ook bij volwassenen voordoen, maar er spelen nog meer factoren een rol, zoals allergiekn. Sommige mensen die wel de aanleg hebben om astma te ontwikkelen, krijgen het nooit, ondanks dat ze vele keren met deze factoren in aanraking komen.
De kans dat een kind astma krijgt, is verhoogd als de ouders zelf of een van de familieleden dit hebben.
De kans is ook groter als een van de ouders allergisch is. Allergie brengt op zichzelf niet automatisch astma teweeg, maar het zorgt er wel voor dat men eerder reacties gaat ontwikkelen zoals astma, eczeem en hooikoorts.
Als beide ouders allergisch zijn, heeft de baby een kans van een op twee om een allergische aandoening te ontwikkelen.
Onderzoeken die zijn gedaan bij de familieleden van baby's met astma, bevestigen dat er sprake is van een erfelijk element dat invloed heeft op de ontwikkeling van zogenaamde bronchiale hyperreactiviteit (of 'prikkelbare luchtwegen').
Kans op allergie
Geen van beide ouders
5-15 %
Iin broer of zusje
15-35 %
Iin ouder
20-40 %
Iin ouder en iin broer of zusje
40-45%
Beide ouders
40-75 %




